Back to the place register

Archive record

17 June 1617

On the 17th of June 1617 Jean de Lalaing transfers to Thomas Brewer, Englishman, a house and yard on the south side of the Pieterskerkhof (St.

Date17 June 1617
Record group0508
Call number69R
Folio / page195v

Named as: Neighbour

Read the complete English translation
Complete English translation

We, Master Clemens van Baersdorp and Jacob Paedts Corneliszoon, aldermen in Leiden, certify that Thomas Brewer, an Englishman, appeared before us and declared that he had purchased from Master Johan de la Laing a house and yard standing within this city on the south side of the Pieterskerkhof, called ’t Groenehuys.

On the eastern side it adjoins the widow and heirs of Huych van Alckemade, and on the western side the aforesaid Master Johan de la Laing. It extends from the street of the aforesaid churchyard at the front to the yard of Jan Rabbijns at the rear.

The appearing buyer acknowledged that, on account of this purchase and in addition to the annual ground rent of eleven and a half Flemish groten with feudal dues left upon the house and yard at his charge, he owed Master Johan de la Laing first the sum of 600 guilders of forty groten each. He promised to pay this sum in cash, free of charges, on the coming May Day of 1617, when taking possession of the house and yard.

In addition, he acknowledged that on the same account he owed Master Johan de la Laing a redeemable annual rent of 131 guilders and five stuivers, payable each year on the first day of May. In place of an oath, he promised on his honour and good faith to pay it each year free of deductions for levies, subsidies, property taxes or other contributions, whether of the hundredth, fiftieth, twentieth or tenth penny, or any greater or lesser charge, whatever it might be called and whoever might impose it, whether already introduced or imposed later. Even if an ordinance or other rule should permit or require a deduction from rents of this kind, he expressly renounced every benefit arising from it.

The first year’s rent would fall due on 1 May 1618, and thereafter each year for as long as the rent remained unpaid. The appearing buyer and his successors might redeem it at any time, if they wished, in lawful current gold or silver money, either all at once for the principal sum of 2,100 guilders or in instalments of 600 guilders or more, but not less. At every redemption they were also required to pay all accrued interest then due and unpaid.

It was expressly stipulated that, if the appearing buyer or his successors wished to redeem the rent, they must lawfully notify the lawful holder of the deed three months before each payment. If they failed to do so, any loss of interest thereby caused would be borne by the rent payer alone and not by the rent receiver.

For this obligation the appearing buyer specially pledged the house and yard, and generally all his other movable and immovable goods, present and future, none excepted. All this was done in good faith and without fraud.

In witness, this deed was confirmed with our seals on 17 June 1617. It was signed J. Swanenburch and sealed, etc.

Translation by Radicae, The Leiden Connection, from the Dutch transcription supplied by Erfgoed Leiden.

Read the original Dutch transcription

Wij meester Clemens van Baersdorp, ende Jacob Paedts Cornelis zoon schepenen in Leyden oirconden dat voor ons gecomen ende verschenen is, Thomas Brewer Engelsman verclarende gecoft te hebben jegens meester Johan de la Laing een huys ende erve staende ende gelegen binnen deser stede Aen de zuytsijde van het Pieters kerchoff, genaemt ’t Groenehuys belegen hebbende aen d’een sijde ten oosten de wedue ende erffgenamen van Huych van Alckemade, ende aen d’ander zijde ten westen de voornoemde meester Johan de la Laing streckende voor van de strate van ’t voorseyde kerckhoff tot achter aen ’t erff van Jan Rabbijns ende bekende hij comparant uyt saecke der zelver cope boven den opstal van elff talff comans grooten ‘t sjaers pacht mitten houde op ‘t voorseyde huys ende erve tsijnen comparants laste gelaten, aen ende ten behouve van de voornoemde meester Johan de la Laing schuldig te wesen, eerst een somme van zes hondert guldens van XL grooten ’t stuck, die welcke hij belooffde te betalen vrijs gelts meije dage anno XVIc ende zeventien toecomende mitten aenvang van ’t voorseyde huys ende erve in gereden gelde ende bovendien so bekende hij comparant uyt saecke als boven den zelven meester Johan de la Laing noch schuldich te wesen een losrente van hondert ende eenendertich guldens, ende vijff stuivers munte alsboven ’t sjaers verschijnende jaerlicx opten eersten dach van meije die welcke hij comparant bij eere ende vromicheyt in plaetse van eede alle ende telcken jare belooffde mede te zullen betalen vrijs gelts sonder eenige deductie off afbreck ’t sij van beden subventien schattingen van verpondingen ofte andere contributien van Ce Le XXe Xe meerder off minder penningen hoe die oock zoude mogen werden genoemt ende bij wien die alrede innegestelt ende ommegeslagen zijn off zullen werden. Alwaer ‘t oock zulcx dat bij placcate ofte andersints verclaert werde dat men op dese ende gelijkcke renten cortinge ende affslach soude mogen doen ende moeten lijden, van alle voordeel ende prouffijt vandien hij comparant wel uytdruckelick renunchieerde ende affstant dede mitsdesen, daer van dienvolgens ’t eerste jaer renten verschijnen sal opten eersten dach van meije anno XVIc ende achtien. Ende so voorts van jare te jare geduyrende zo lange ende ter tijt toe de voorseyde rente effectuelick zal zijn gequeten ende aff gelost ’t welck hij comparant ende zijne nacommers tot allen tijden sullen mogen doen als ’t hen belieft met goede gepermitteerden gangbaren gouden off silveren gelde ’t sij teffens, ende tot eenenmale met een somme van twee duysent ende een hondert guldens munte voorseyd, in hooftgelde, off paeyen van zes hondert guldens wel met meerder maer met geen minder paeyen, ende zulcx ten keuze van hem comparant ende zijne nacommers des sij gehouden sijn bij elcke lossingen te vougen alle de verlopen renten die alsdan nae beloop des tijts verschenen ende onbetaelt zijn zullen. Ende es wijders wel uytdruckelick gestipuleert ende bedongen dat hij comparant off zijne nacommers begerende begerende de voorseyde rente als vooren aff te lossen, den wettigen houder deses brieffs van elcke lossinge drie maenden van te vooren wettelicken sullen moeten waerschouwen op pene dat bij gebreecke vandien d’interesse daer deur te veroorsaecken gesupporteert, ende gedragen sal werden bij den rentgever alleen, ende niet bij den rentheffer, hier onder verbindende hij comparant eerst specialicken ’t voorseyde huys ende erve ende voorts generalicken alle zijne oudere goederen roerende onroerende jegenwoordige ende toecomende egeen uytgesondert, ende dit al ter goeder trouwen ende sonder arch ofte list. In oirconden desen met onsen zegelen bevesticht opten zeventienden juny zestienhondert ende zeventien. Ende was geteyckent J. Swanenburch bezegelt etc

Original source: Erfgoed Leiden · record group 0508 · call no. 69R · folio 195v

Genealogical research in Dutch archives

Need help with your own Dutch family history?

Radicae offers genealogical research services for family historians working with Dutch records, including family tree research, archive research and translation of Dutch records. Personal tours in the Netherlands and one-on-one consultations on genealogy and DNA research are also available.

Get in touch