Back to the place register

Archive record

19 April 1619

Transfer of title by William Bradford, serge wever, to Jan des Obrys, skinner, of a house on the northern side of the Achtergracht between the Paradijssteeg and the Bouwenlouwensteeg in Leiden.

Date19 April 1619
Record group0508
Call number67VV
Folio / page195

Named as: Neighbour

Read the complete English translation
Complete English translation

We, Jacob Willemsz Verboom and Doctor Gerrit van Lantschot, aldermen of Leiden, certify that William Bradford, serge weaver, appeared before us. For himself and his heirs he acknowledged that he had sold and conveyed to Jan des Obrys, skinner, a house and yard on the north side of the Achtergracht between the Paradijssteeg and Bouwenlouwensteeg.

On the east it adjoined Frans Joostensz, tawer, with a shared side wall for the length of the house and then Bradford's own wall. On the west it adjoined Jan Weyns, cloth worker, with a shared side wall and shared lead gutter. The property extended from the Achtergracht to Frans Joostensz and was conveyed as built, used and occupied.

The property was charged with seven stuivers annual ground rent, part of a rent of twenty-eight stuivers benefiting Leiden's poor, and with an annuity of twenty-five guilders a year payable to Jan van Griecken the elder, goldsmith. These charges passed to the buyer from 1 May 1619. The whole property remained specially liable for the full ground rent.

The well on the boundary between this house and Jan Weyns's house was to remain common and be used and maintained jointly. The drain beneath Weyns's house running to the Achtergracht, used for privy and waste water, was likewise common and had to be repaired and cleaned by both owners and their successors at equal cost. The further conditions of the earlier deed attached to this instrument remained in force.

Bradford and William Jepson, carpenter, who appeared as surety and principal debtor after waiving the legal benefits of order and execution, promised to warrant the property against every further charge placed on it during Bradford's ownership. They pledged all their present and future movable and immovable goods, and Bradford promised to keep Jepson free from loss.

Bradford acknowledged full satisfaction for the sale by a mortgage deed for 1,120 guilders, besides the stated charges: 100 guilders payable immediately, then 100 guilders each year, with twenty guilders in the final year, beginning in May 1620. Confirmed with our seals on 19 April 1619. Signed J. Swanenburch and sealed.

Translation by Radicae, The Leiden Connection, from the Dutch transcription supplied by Erfgoed Leiden.

Read the original Dutch transcription

Wij, Jacob Willemsz. Verboom ende doctor Gerrit van Lantschot, schepenen in Leyden, oirconden dat voor ons gecomen ende verschenen es Willem Bradtfort, saeywercker. Ende bekende voor hem ende zijnen erven vercoft te hebben ende opdrouch dienvolgende mitsdesen aen ende ten behouve van Jan des Obrys, velleploter, een huys ende erve, staende ende gelegen binnen dezer stede aen de noortzijde van de Achtergrafte, tusschen de Paradijs- ende Bouwenlouwenstegen, belegen hebbende aen d’een zijde ten oosten Frans Joostensz., zeemtouwer, met een gemeene zijtmuyr, zo verre deze huysinge strect, ende daeraen met een eygen muyr, voorts deurgaende, ende aen d’ander zijde ten westen Jan Weyns, laeckenwercker, deurgaende met een gemeene zijtmuyr ende een gemeene loden goote daerop gelegen, streckende voor van de strate van de Achtergrafte voors. tot achter aen de voorn. Frans Joostensz., al ende zulcx ‘t voors. huys jegenwoordich getimmert ende gemaect staet, mitsgaders gebruyct ende bewoont wert, mitte belastinge eerst van een pacht met off zonder houde van zeven stuvers tsjaers, wezende een gedeelte van een pacht van achtendetwintich stuvers tsjaers, aencomende de Huysarmen dezer stede. Ende noch van een rente van vijffentwintich guldens van 40 grooten ‘t stuck tsjaers, toecomende Jan van Griecken d’oude, goutsmith, welcke pachte ende rente respective tot laste van den coper zullen beginnen te lopen Meyedage anno 1600endenegentien ende voorts vrij, zonder eenige lasten meer. Dan zal de coper moeten gedogen dat ‘t voors. huys ende erve voor de voors. geheele pachte specialicken zal blijven verbonden. Vorder mitte naervolgende condiciën als eerst dat de bornputte tusschen ende op ‘t scheyt van de erven van dit vercofte huys ende van ‘t huys van de voorn. Jan Weyns, staende tusschen desen coper ende dezelve Jan Weyns, gemeen wezen ende voor zulcx gebruyckt ende onderhouden werden zal. Ten tweeden dat tusschen dezen coper ende de voorn. Jan Weyns mede gemeen zijn zal de goote, leggende onder de huysinge van de voorn. Jan Weyns ende lopende off losende tot in de Achtergrafte, omme bij hen gebruyckt te werden ten dienste van hun respective secreet- ende waterlosingen, mits dat dezelve goote bij hen ende hunne naecommers ten eewigen dagen bij verstoppinge, vervuylinge off anderssins tot gemeene costen halff ende halff in behoorlicke reparatie zal moeten werden onderhouden. Ende ten derden met alzulcke vordere condiciën, voorwaerden ende waringe als begrepen staen in de oude waerbrieve, daerop deze jegenwoordige getransfixeert ende deursteecken es, die hij comparant den coper mitsdesen overgaff met alle ‘t recht ende aenseggen vandien ende hij comparant, mitsgaders Willem Jepsen, timmerman, die als waerborge ende mede als principael voor ons, schepenen voors., compareerde onder de vertichtinge van ‘t beneficie ordinis et excussionis, daervan hij hem ten vollen hielt onderrecht, geloveden daerbeneffens ende zulcx met ende onder de voors. lasten ende voorwaerden ‘t voors. huys ende erve te vrijen ende waren van allen vorder commer ende opstal, daermede ‘tzelve bij de voorn. Willem Bradtfort geduyrende den tijt zijns eygendoms belast ofte beswaert zoude mogen zijn, onder verbant generalicken van alle heurlieder respective goeden, roerende, onroerende, jegenwoordige ende toecomende, egeen uytgesondert, des zo belooffde de voorn. Willem Bradtfort zijnen voors. borge in dezen ter zaecke van de voors. borchtochte t’ontheffen ende schadeloos te houden, onder gelijck verbant als boven. Voorts zo bekende dezelve Willem Bratfort hem ter zaecke van de voors. vercopinge ende opdrachte al, wel ende ten vollen vernoucht, voldaen ende betaelt te zijn, den lesten penning mitten eersten, ende dat met een custingbrieff, innehoudende boven d’indemnité der voors. lasten, een somme van elffhondertendetwintich guldens, munte voors., ende te betalen staende vrijs gelts met hondert der vers. guldens gereet ende voorts met gelijcke hondert guldens tsjaers, uytbescheyden ‘t leste jaer twintich guldens, Meye 1600endetwintich ‘t eerste. In oirconden dezen met onsen zegelen bevesticht opten negentienden aprilis des jaers sestienhondertendenegentien. Ende was geteyckent: J. Swanenburch, besegelt etc.

Original source: Erfgoed Leiden · record group 0508 · call no. 67VV · folio 195

Genealogical research in Dutch archives

Need help with your own Dutch family history?

Radicae offers genealogical research services for family historians working with Dutch records, including family tree research, archive research and translation of Dutch records. Personal tours in the Netherlands and one-on-one consultations on genealogy and DNA research are also available.

Get in touch